Geboorte (neo-natale) diarree bij biggen heeft velen invalshoeken
In het werkveld van de zeugenhouderij horen en zien we regelmatig diarree problematiek bij biggen in de eerste week na geboorte. Zowel de oorzaak, toename van infectiedruk en de uiteindelijke oplossing heeft meerdere invalshoeken en is dus vaak multi-factoreel. Veterinaire zaken als diagnostiek van ziekteverwekker, vaccinatieschema’s, adaptatie van fokgelten etc. spelen een rol. Uiteraard mogen we hierin ook de bio-securtiy, hygiene, reinigen en ontsmetten niet vergeten.

In dit artikel zullen we vooral inzoomen op wat Vitelia hierin onderneemt en kan betekenen. Ten eerste dient de diagnose gesteld te worden, met welke kiem hebben we te maken? Bij een virale diarree kan voeding technisch minder gestuurd worden dan bij een bacteriële diarree.
Vooropgesteld is het van groot belang dat het voermanagement in de basis goed moet staan zorg draagt voor een soepel werpproces, dat er volop biest aanwezig is en dat deze uiteindelijk ook bij de biggen terecht komt. Bij grote tomen kan eventueel multi-suckling een uitkomst bieden.
Zodra we weten welke bacterie de diarree veroorzaakt kunnen we keuzes maken in grondstoffen, vezelsamenstelling en voeder-additieven. Zo zijn er additieven die een sterke werking hebben op gram-negatieve bacteriën en andere juist weer op gram-positieve. Verder zijn er additieve die de ontwikkeling van specifieke groepen bacteriën in de darmflora stimuleren.
Los van bovenstaande speelt het uiteindelijke productieproces waarmee het voer gemaakt wordt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de darmflora en bacterie-milieu waarin de pasgeboren biggen terecht komen. Denk hierbij aan productieprocessen als expanderen, fijn malen, grof malen, structuur malen of gewalste gerst buiten de hamermolen om aan het persmeel toevoegen.
Wat je daarmee wilt bereiken is dat die pasgeboren big zo min mogelijk in aanraking komt met ziektverwekkende bacteriën vanuit de mest van de zeug. Want de eerste dagen vindt de implant van de darmflora bij biggen plaats. Als je die positief beïnvloed krijg je een gezonde robuuste big die tegen een stootje kan.
Het mooie is dat we de darmflora van zeugen kunnen onderzoeken en de invloed van onze voermaatregelen daarmee kunnen monitoren door mestonderzoek. We onderzoeken dan hoeveel positieve en negatieven bacteriën er in de zeugenmest zitten en indien die niet in balans zijn dan gaan we die met de zeugenvoeding zowel in de dracht en lacto beïnvloeden. Zo’n aanpassing in darmflora kost wel tijd, dus vraagt geduld, na 4 maanden volgt het tweede onderzoek om te kijken of we voldoende bijgestuurd hebben.
Onderstaande foto's zijn van het uitgezeefde zeugenmest

Structuur maling Normale maling
Klaar voor een robuust big? Bel gerust met Peter Scheres, Nutrtie Varkens Vitelia, 06-52897554.