Water, wat een dooddoener
Daar hebben we hem weer, water. Begin dit jaar schreven we al in de nieuwsbrief wat het belang is van water en hoe snel we het met zijn allen over het hoofd zien. Voor iedereen in de stal is het verleidelijk om direct in te springen op zijn of haar specialisme. De dierenarts bekijkt nog eens de entingen en medicatie, de voerleverancier sleutelt nog wat aan het rantsoen en de varkenshouder zelf rent zich rot om de gezondheid omhoog te krijgen of op peil te houden.

Uiteindelijk ontstaat de kans dat alle betrokkenen in een vicieuze cirkel belanden, waarbij veel ondernomen wordt maar de echte kern niet wordt geraakt. Meerdere praktijkvoorbeelden laten zien dat het vertrouwen in water groot is, misschien wel te groot. De één heeft een hightech installatie wat meerdere keren per dag het circuit automatisch spoelt, de ander heeft leidingwater en een volgende heeft beide waardoor met zekerheid gezegd wordt “Het water is goed, daar hoeven we niet naar te kijken”.
En toch blijft de problematiek ongrijpbaar. Biggen komen gezond binnen en verzwakken gaandeweg steeds verder. De dierenarts doet een onderzoek en constateert coli, bijzonder want daar enten we toch al voor? Een volgend onderzoek toont een streptococcenstam aan die we nog niet eerder hebben gezien, we passen het vaccin aan. De voerleverancier past het voer aan om de streptococcendruk te beperken.
Allemaal goede stappen die ook absoluut niet gebagatelliseerd mogen worden. Maar uiteindelijk als iedereen zijn volledige wapenarsenaal heeft ingezet blijft er nog één factor over waar al die tijd te weinig is gesproken; Water.
Na een bacteriologisch onderzoek valt alles op zijn plaats en kunnen we aan de slag met het aanpakken van het probleem: verontreinigde leidingen.
Om de stap tot watermonsters en bacteriologisch onderzoek te verkleinen hebben we bij Vitelia Voeders de nodige apparatuur om een eerste bepaling te doen. Een simpele PH-meter geeft ons al een eerste indruk over de dosering van zuur en onze ATP-meter kan vrij eenvoudig aangeven of het water organisch materiaal (gisten en schimmels etc.) bevat en hoeveel.
ATP staat voor adenosinetrifosfaat, een stof die voorkomt in alle levende cellen, bijvoorbeeld: bacteriën, gisten, schimmels en voedselresten.
Hoe werkt dat dan?
Er wordt met een teststaafje een monster genomen. Een reagens (chemische stof) reageert met het aanwezige ATP en produceert licht. De meter meet de hoeveelheid licht en geeft een waarde in RLU (Relative Light Units). Een hogere waarde wijst doorgaans op meer organische vervuiling.
Bij drinkwaterinstallaties kan een ATP-meter dus snel aangeven of water of leidingen mogelijk vervuild zijn. Het is vooral een snelle screeningsmethode: de meter toont niet welke bacteriën, gisten of schimmels aanwezig zijn. Voor een precieze beoordeling blijft bacteriologisch laboratoriumonderzoek nodig.
Van goed naar beter begint bij een simpele meter!